Een lesje in grafische bestandsindelingen

Wanneer je iets wil laten ontwerpen of drukken, kom je al snel een hoop technische termen tegen. Voor jou zijn ze misschien niet interessant, maar voor de grafisch ontwerper, DTP'er of drukkerij essentieel om jouw wens in vervulling te laten gaan. Je hoeft echt geen professional te zijn, maar ook voor jezelf zal het vanaf vandaag een stuk eenvoudiger te begrijpen zijn als je even een paar termen gaat onthouden. 

Vectorbestand

Een vectorbestand is een bestand dat oneindig schaalbaar is. Dit betekent dat je het bestand groter of kleiner kan maken zonder kwaliteitsverlies. Zo kun je grafische beelden zoals logo’s, iconen of teksten op zowel kleine visitekaartjes drukken als op billboards plaatsen. Daarom moet je logo altijd een vectorbestand zijn (.ai of .eps). Je wilt namelijk niet dat jouw fantastische logo enorm lelijk wordt wanneer deze op een grote schaal wordt afgebeeld.

Pixels

Pixels zijn vierkantjes die samen een afbeelding vormen. Vaak zijn deze vierkantjes zo klein dat je ze met het blote oog nauwelijks hoort te zien, tenzij je ze gaat uitvergroten (in de volksmond wordt dit bestempeld als ‘slechte kwaliteit’). Het nadeel van pixels is dus dat je deze niet oneindig kan vergroten of verkleinen. Wanneer je een afbeelding ver genoeg inzoomt, zal dit geen gedetailleerd beeld meer geven en zullen de lijnen ‘gepixeld’ zijn. Met andere woorden: je ziet de vierkantjes. Bij vectoren zal bijvoorbeeld een lijn strakke, gladde randen behouden. Dit is dan ook meteen het grootste verschil tussen een vectorbestand en een op pixel gebaseerd bestand.

Een afbeelding opslaan als .eps maakt het nog geen vectorbestand

We zien het regelmatig gebeuren dat een afbeelding opgeslagen als .eps wordt aangeleverd als een vectorbestand (bijvoorbeeld bij het aanleveren van logo’s). Maar een afbeelding opslaan als .eps maakt het nog geen vectorbestand. Alleen wanneer het bronbestand als vector is opgeslagen (bijvoorbeeld het Adobe Illustrator bestand) is het een vectorbestand.

Resolutie: DPI (dots per inch) of PPI (pixels per inch)

Het grote verschil tussen DPI en PPI is dat DPI is bedoeld voor geprinte afbeeldingen en PPI voor beeldschermen:

  • DPI verwijst naar het aantal afgedrukte punten op een vierkante inch van een door een printer afgedrukte afbeelding.
  • Afhankelijk van wat voor drukwerk het is en welk formaat gehanteerd wordt, is de hoeveelheid dots per afbeelding belangrijk. Over het algemeen doe je er goed aan om afbeeldingen op 300 dpi aan te leveren, het minimum is meestal 150 dpi. Wanneer het bestand minder dan 150 dpi bevat zal het eindresultaat in veel gevallen onscherp gedrukt worden.
  • PPI verwijst naar het aantal pixels op een vierkante inch op een beeld dat weergegeven wordt op een scherm. Afhankelijk van de resolutie van het beeldscherm verschilt het hoe scherp een afbeelding getoond kan worden. De meeste mensen kennen dit als Full HD (1920 x 1080), 4K (3840 x 2160) of 8K (7680 x 4320) waarin de cijfers voor het maximaal aantal pixels staan dat weergeven kan worden.
  • PPI heeft niks met de grootte of afmeting van de foto te maken. Dit heeft te maken met de fysieke afmetingen van je beeldscherm, dit bepaalt hoe groot de afbeelding getoond zal worden. Zou je alle afbeeldingen op een volledig scherm tonen, dan bepaalt het aantal PPI de kwaliteit die je te zien krijgt.

Verschil tussen jpg en png

Het verschil tussen JPG en PNG zit in de details. JPG slaat details iets compacter op zodat het bestand klein blijft. Dit heeft als gevolg dat de kwaliteit iets lager kan zijn. Het voordeel van PNG is dat je de afbeelding op kan slaan met een transparante achtergrond.

 Bij websites is het van belang voor de laadtijd om de afbeeldingen zo klein mogelijk op te slaan. Deze afbeeldingen kan je het best verkleinen naar het formaat waarin het getoond wordt, dit scheelt onnodige pixels (ruimte) die bij elk websitebezoek geladen moeten worden. Wanneer er geen transparante achtergrond nodig is, kan je een afbeelding het beste opslaan als JPG. Deze heeft een kleinere bestandsgrootte en het verschil in kwaliteit ga je op een beeldscherm niet zien.

Hoe verklein je een afbeelding?

Online heb je ontzettend veel tools die je helpen bij het verkleinen van afbeeldingen. Bij voorkeur verkleinen wij onze afbeeldingen met Squoosh, dit is een gratis online tool waarbij je in een handomdraai afbeeldingen kunt verkleinen.

  • Laad de afbeelding in.
  • Klik op resize en vul het gewenste formaat in.
  • Kies voor MozJPEG en zet de quality op 75%.
  • Klik op de download knop.

Je zal zien dat de afbeelding een stuk kleiner wordt opgeslagen, zonder veel kwaliteitsverlies.

Digitaal of offset drukken

Wanneer er op papier gedrukt moet worden zoals bij flyers, visitekaartjes, enveloppen, posters, briefpapier of notitieblokken, kun je vaak kiezen voor digitaal of offset drukken. Bij offset wordt het ontwerp eerst op een rubberdoek gedrukt om vervolgens op papier te drukken. De opstartkosten zullen daardoor een stuk hoger zijn en daarom is dit vaak alleen interessant voor grote oplages. Bij digitaal drukken wordt er direct op het papier gedrukt waardoor de opstartkosten lager zijn en de levertijd vaak sneller. Echter zijn de kosten per drukvel bij digitaal drukken een stuk hoger dan bij offset. Daarom is het bij grote oplages vaak interessanter om offset te drukken. De kwaliteit is nagenoeg hetzelfde. Je kiest dus op basis van levertijd, oplage en budget.